Een van de meest prominente gasten op het Krakau Filmmuziekfestival in mei was Volker Bertelmann, die de afgelopen jaren voor talrijke awards is genomineerd en er ook al een aantal heeft gewonnen, waaronder twee Oscars. Tijdens deze editie van het festival gaf hij een concert als zijn alter ego Hauschka op een geprepareerde piano, een standaard piano waarbij verschillende voorwerpen worden gebruikt om de snaren te beïnvloeden en zo unieke klanken te creëren. Tijdens zijn bezoek had ik de eer om hem op 15 mei 2026 te interviewen. Aangezien ik hem volgende week in Gent, samen met regisseur Edward Berger, weer zal zien tijdens de World Soundtrack Awards, is dit een goed moment om dit interview te publiceren en jullie, als lezers, te laten genieten van de verhalen die hij wilde delen.
Anton Smit: Ik heb een paar jaar geleden je concert hier in Krakau bijgewoond en heb gezien hoe je met de piano omgaat. Wat ik toen bij jou en de piano heb ervaren, is dat je er meer mee doet dan iemand zich kan voorstellen. Wat betekent de piano voor jou?

Volker Bertelmann: Nou, de piano is een beetje als een verlengstuk van mijn armen. Het is een instrument dat me op de een of andere manier met de wereld van de muziek verbindt. Het is het instrument dat ik het meest intensief heb geleerd, dus ik kan mezelf er heel goed mee uitdrukken. Voor mij begint elk compositieproces, als ik erachter zit, op de een of andere manier met de piano. Ik hoef het niet te prepareren als ik dat niet wil. Tegelijkertijd is het een trukendoos. Het is iets dat ik zo kan manipuleren dat ik plotseling een synthesizer heb of drumstellen ermee kan creëren. Het is een mooi onderdeel van mijn leven, en ik zou niet zonder de piano kunnen.
AS: Wanneer vond de overstap plaats van de klassieke piano naar de geprepareerde piano?
VB: Als ik terugkijk, was het al aan de gang toen ik 12 was, want toen ik 9 was, leerde ik natuurlijk Bach, Mozart en zo. Toen ik 12 was, wilde ik al een synthesizer hebben, maar ik had geen geld, dus begon ik de hamers in de piano te manipuleren met metalen voorwerpen. Ik wist niet dat bijvoorbeeld in Amerika de tackpiano heel gebruikelijk is in onder andere saloons, of dat het werd gebruikt om het geluid te beïnvloeden. Toen ik 12 was, deed ik dat, en daarna ging ik meteen in bands spelen en gebruikte ik de piano ook meer op een Beatles-achtige manier dan op de klassieke. In de loop der tijd heb ik natuurlijk alle toetsenisten beluisterd die ik echt geweldig vond, zoals Herbie Hancock. Ik luisterde naar veel platen die ik probeerde na te spelen. Langzaam leerde ik heel wat stijlen kennen. De piano was voor mij dus ook een manier om verschillende vaardigheden onder de knie te krijgen.

AS: Als ik naar je muziek luister, merk ik dat je inmiddels wel bekend staat om je geluiden, soundscapes en dat soort dingen. Daarom wil ik je een vraag stellen over Conclave. Die film begint ook in die stijl, maar uiteindelijk krijg je een emotionele explosie van muziek. Ik ben benieuwd: stond dat idee al vast aan het begin van je werkproces voor die film? Of kwam het pas aan het einde naar voren, nadat je al die geluiden had gecreëerd, inclusief de Cristal Baschet? Ik ben benieuwd hoe dat tot stand is gekomen, want het is zo’n briljante finale voor de hele film en de soundtrack.
VB: Het was eigenlijk altijd al de bedoeling van regisseur Edward Berger om aan het einde een soort lenteachtig, opbeurend en verheffend stuk te hebben, omdat de boodschap van de film een beetje was dat de tijden zijn veranderd. Laten we dat in zekere zin gaan vieren. Maar ik heb met dat stuk gewacht tot het allerlaatste moment. Ik was tot het einde bezig met de volledige soundtrack voor de hele film. Toen ging ik er pas voor zitten. Ik had eigenlijk veel tijd om dit stuk te schrijven, ook al is de melodie erin al een melodie die de Crystal Baschet speelt. Dat is eigenlijk wat ik het liefst doe. Als ik, laten we zeggen, een thema van acht maten heb, verwerk ik dat graag op verschillende manieren. Ik denk dat All Quiet on the Western Front de eerste keer was dat ik dat begon te doen. Daarvoor was ik me er niet van bewust dat ik een motief van drie tonen kon gebruiken en dat ik het kon laten veranderen in, laten we zeggen, een hoge vioolmelodie, en het uitbreiden tot iets dat emotioneel totaal anders is dan wat ik eerder had geschreven. Sindsdien doe ik dit in bijna elke film, omdat ik het heerlijk vind om met één motief te spelen. Ik wil het niet loslaten voordat ik er alles uit heb gehaald. Dat was dus vooral mijn werk voor Conclave: ik heb dat thema toen voor het einde gebruikt. Het was lastig om te spelen. De strijkers hadden er veel moeite mee.

AS: We hebben het al even gehad over All Quiet on the Western Front. Daar moeten we het natuurlijk over hebben. Het is dus een Netflix-film en een buitenlandse film, maar op een gegeven moment begin je te beseffen dat je er een Oscar voor zou kunnen winnen. Hoe voelde je je toen je dat door begon te krijgen? Dat het überhaupt een mogelijkheid was?
VB: Het was een film die meedeed aan de Oscar-nominaties en ik had al eerder gewonnen met Lion, dus ik wist hoe het proces in elkaar zat. Toen ik genomineerd werd voor Conclave, waren de Franse componisten Clément Ducol en Camille, die genomineerd waren voor Emilia Perez, nog helemaal nieuw in het hele proces rond filmprijzen. Toen ik met hen sprak, herinnerde ik me dat ik in 2017 in dezelfde situatie zat. Toen All Quiet on the Western Front eraan kwam, voelde ik al bepaalde dingen aan, waarbij je gewoon het gevoel hebt dat het uiteindelijk weleens een veelbelovende film zou kunnen gaan worden. Je weet pas na Kerst hoe het zich zal ontwikkelen: welke film doorgaat en erkenning krijgt, of welke film gewoon zal gaan verdwijnen en uit de prijzenrace zal vallen. Zodra je ziet dat je positie zich op de een of andere manier stabiliseert in de top vijf, weet je min of meer dat de signalen sterker worden. En ik denk dat, toen ik de BAFTA won, dat voor mij op dat moment in zekere zin een duidelijk teken was dat dit mogelijk was. Het is natuurlijk iets waarbij je even in je ogen wrijft en je afvraagt waar je eigenlijk in beland bent.

AS: Maar hoe voelt het, als Europeaan, als Duitser, om in dat grote Hollywood te zijn? Voel je je daar thuis?
VB: Ja. Ik zou zeggen dat je je daar thuis kunt voelen als je vrienden hebt. Ik heb het niet over vrienden in de zin van zakelijke relaties. Ik bedoel mensen bij wie je thuis op bezoek gaat en waar je even afstand kunt nemen van het hele gebeuren. Want juist in die Hollywood-omgeving en als je al die filmvertoningen in Hollywood Hills bezoekt, raak je een beetje geïrriteerd door de manier waarop ze met films omgaan. Dat komt niet doordat ik het niet leuk vind. Het is gewoon vanuit mijn perspectief als Europeaan. Ik bedoel, in Duitsland heeft filmmuziek een bepaalde waarde. Het wordt ineens iets heel belangrijks en dat vind ik echt fantastisch. Ik vind het eigenlijk geweldig dat er waarde aan wordt gehecht, en dat merk je al wanneer mensen vragen of je beschikbaar bent voor een film. Ik vind het mooi dat ik gewild ben en niet dat ik als een verplichting wordt gezien. In Amerika en Engeland is er een heel andere, laten we zeggen, voorbespreking. Ook al is muziek belangrijk voor een film, wordt het altijd een beetje als tweede of derde prioriteit behandeld.

AS: Nog even een korte vraag ter afsluiting. Waar kijk je naar uit?
VB: Nou, allereerst kijk ik ernaar uit om zo lang mogelijk als componist te blijven werken. Op dit moment zou ik zeggen dat het, eigenlijk sinds Conclave, lijkt alsof alle grotere studio’s meer interesse in mij hebben. Ik denk dat de Oscar voor All Quiet on the Western Front in zekere zin nodig was, en de nasleep van de films daarna, om langzaam door te dringen bij de mensen die verantwoordelijk zijn voor filmmuziek. Waar ik naar uitkijk, is dat ik veel interessante films krijg waaruit ik ook kan kiezen, zonder gedwongen te worden om elke klus aan te nemen die me wordt aangeboden. Op dit moment bevind ik me in een positie waarin ik kan kiezen, wat een enorme luxe is, en ik kijk ernaar uit om dat nog lang te kunnen doen. Daarnaast kijk ik ernaar uit om concerten te geven als Hauschka, platen op te nemen, op tournee te gaan en dan doe ik ook nog films!
AS: Oh, dus heel druk!
VB: Ja!

Met dank aan de organisatie van het Krakau FMF voor de interviewmogelijkheid, Jorg Oostendorp voor het verzorgen van het geluid en Maurice Boeijen voor het maken van foto’s tijdens het interview.



